Home
Zandvoortse straten
Oude gebouwen
Strandleven
Draijer-links
Berichten
Verhaal
De blauwe tram

U bent bezoeker

 

Webcounter
De blauwe tram

Aangezien ik sinds kort nogal wat foto's over voormalige tramlijn Zandvoort-Amsterdam of, zoals de Amsterdammers zeggen, Amsterdam-Zandvoort heb mogen ontvangen heb ik besloten er een apart rubriekje op deze website aan te wijden. Derhalve kwam ik een verhaal tegen uit 1958 wat ik zo interessant vindt, dat ik dit in zijn geheel met bronvermelding heb geplaatst. Binnen niet al te lange tijd zal ik het verhaal enigszins aanpassen en voorzien van de beschikbare foto's, voor zover die er zijn.

oktober 1958

DE HAARLEMSE TRAM
EEN VERLAAT AFSCHEID

Een jaar geleden, in de nacht van zaterdag op zondag 31 aug - 1 sept. 1957, vertrok van het Spui te Amsterdam, omstuwd door een ontelbare menigte, de laatste tram naar Haarlem. De enorme belangstelling langs de gehele route, ondanks het nachtelijk uur, was wel een bewijs, dat het hier geen gewoon afscheid gold.

De blauwe tram in de Tempelierstraat in Haarlem op z'n laatste rit.

Deze tramlijn, in menig opzicht een unicum in ons land, was voor velen een begrip. Hoevelen hebben niet als kind, gewapend met schep en emmertje, de hoge forse wagens beklommen met het prettige vooruitzicht een dagje aan zee door te brengen? De rit was vol afwisseling, met als hoogtepunt het viaduct over de spoorbaan bij Aerdenhout. Ouder geworden kon men genieten van het prachtige panorama in de duinen. Dit alles is nu historie; de bus heeft het pleit gewonnen.

Het nieuwe busstation in Zandvoort, links de restanten van de rails van de tram

De rails van de tram wordt weggehaald, dit is de bocht van de prinsessenweg naar de Louis Davidsstraat met rechts het huidige gemeenschapshuis, hier nog met een ongeschilderde buitengevel.

Het jaar 1899, de trambaan wordt aangelegd door de duinen naar Zandvoort

De geschiedenis van deze tramlijn gaat terug tot 1894. In dat jaar vroegen de heren Van den Arend en Van der Steur vergunning voor de aanleg van een elektrische tramlijn Haarlem-Zandvoort, die hun in 1897 verleend werd. Tevens kregen de heren Anderheggen en Neumeyer vergunning voor een lijn van Haarlem naar Amsterdam. In de concessies was de bepaling opgenomen, dat beide lijnen op elkaar konden aangesloten worden. Nadat het Rijk en de andere erbij betrokken gemeenten hun bewilliging verleend hadden, droegen genoemde heren hun concessies resp. over aan de in april 1898 opgerichte Eerste Nederlandsche Electrische Trammaatschappij (E.N.E.T.) en de in dec. 1902 opgerichte Electrische Spoorweg Maatschappij (E.S.M.). Op 1 juli 1899 vond de officiële opening plaats van de lijn Haarlem-Zandvoort. Het feit, dat men bij Aerdenhout het viaduct over de spoorbaan zou passeren, was voor de weinigen, die de uitnodiging voor de eerste rit hadden aanvaard, toch wel te bar; de meesten stapten uit en wandelden terug naar Zandvoort.

Het viaduct in Aerdenhout over de spoorbaan

Het materiaal voor deze lijn bestond aanvankelijk uit 8 motorrijtuigen, 5 dichte en 2 open volgrijtuigen. Enkele van deze motorwagens heeft, hoewel sterk gewijzigd, de sloping overleefd en staat nu opgesteld in het Nederlandsch Spoorwegmuseum te Utrecht onder het nummer A 371 en A327.

Het slopen bij de remise aan de Leidsevaart van de tramstellen die niet meer nodig waren.

Gelukkig heeft een enkeling het overleefd, hier de A327 in het spoorwegmuseum in Utrecht

Van juli-dec. 1899 werden 196.366 passagiers vervoerd. Mocht de populariteit voor het nieuwe vervoermiddel in het begin nog niet groot zijn, later werd dat anders en zo zijn er in de loop van ruim 58 jaren tussen Amsterdam en Zandvoort circa 300 miljoen passagiers vervoerd. Op 4 okt. 1904 vond de officiële opening plaats van de lijn Amsterdam-Haarlem, geëxploiteerd door de Electrische Spoorweg Maatschappij (E.S.M.). De aanleg van deze lijn was in handen van de firma J.G. White en Co te Londen. Op 6 okt. d.a.v. vond de opening voor het publiek plaats. Ofschoon de Wiegbrug over de Kostverlorenvaart eerst in 1905 gereed kwam, was hij in okt. 1904 zover gereed gekomen, dat de tram er over kon. De E.S.M. was reeds sedert 1 juli 1904 ook de exploitatie van de lijnen der E.N.E.T. gaan verzorgen. De aansluiting te Haarlem was vrij eenvoudig, daar beide lijnen dezelfde spoorbreedte hadden (1 meter). Tussen Amsterdam en Haarlem werd een 10 minutendienst onderhouden van 8 uur 's morgens tot 9 uur 's avonds; vervolgens werd tot middernacht om de 20 minuten gereden. Met ingang van de zomerdienstregeling 1905 kon men rechtstreeks van Amsterdam naar Zandvoort doorrijden. Voor het traject Amsterdam-Zandvoort waren 34 motorrijtuigen beschikbaar, vervaardigd door de firma "Métallurgique" in België. Vandaar, dat deze wagens gemeenlijk met de naam "Métallurgiques" werden aangeduid. In 1956 waren van deze serie nog 29 wagens in bedrijf (no. A 1 - A 3, A 5 - A 30; een aantal deed dienst in Waterland. Een der wagens (A 14) bevindt zich eveneens in het Nederlandsch Spoorwegmuseum. Het uiterlijk van deze wagens bleef in de loop der jaren vrijwel ongewijzigd.